Main Menu

Reizen

Japan 2009

  Inleiding

japan3

 

 

 

 

 

 

Er gingen heel veel en minutieuze voorbereidingen aan vooraf, aan onze eerste reis naar Japan. Als je een zoon hebt, die ver weg woont, kom je nog eens ergens. En Wouter woont en werkt al een aantal jaren in Tokyo als systeemontwerper en  systeembeheerder bij een internationaal software house. Vandaar dus…

Die voorbereidingen werden alle getroffen door Miriam, die zeer conscientieus en plichtsgetrouw is in die dingen. En ze gingen over van alles, vanaf de route samenstellen, de daarbij behorende hotels uitzoeken en bespreken - soms met de hulp van Wouter, aangezien het Engels van vele Japanners zelfs in die branche niet je dàt is -, treinabonnement (JR Rail Pass) regelen, wat heel goed te doen is in Nederland en voortreffelijk werkt, wanneer je in Japan bent, uiteraard de (retour)vlucht boeken, enz.

Tokyo

japan7Enfin, dit alles resulteert erin dat we op 21 april 2009 op Narita Airport staan, waar Wouter ons opwacht. Na het ophalen van onze Railway pass met de trein naar Tokyo en met de metro naar ons hotel, Toyoko Inn, 2 straten bij Wouters appartement(je) om de hoek. Als je midden in Tokyo woont, moet je, om het betaalbaar te houden, met plm. 20 à 25 m2 genoegen nemen, plus natuurlijk een badkamer(tje). Maar hij heeft het er aardig voor elkaar.

We zijn dan ongeveer 26 uur op de been en onderweg, dus na een vlugge maaltijd gaan we naar bed om wat slaap in te halen (in zo'n vliegtuig komt daar toch niet zoveel van).

De volgende ochtend het Japanse ontbijt: twee soorten rijst met kruiden, rauwkost, een aardappelsalade met ei, broodjes en soep; verder staat er koud water en is er thee en sinaasappelsap. Even wennen, maar het smaakt.

Op voorstel van Wouter gaan we naar Nikko, ongeveer 135 km boven Tokyo. Er ligt daar een bijzonder mooi tempelcomplex, waar deze link een goed beeld van geeft, en waar we na de lunch heen gaan.


Het is inderdaad indrukwekkend: grote en kleine tempels, van prachtig bewerkt hout, met beelden en lakwerk, heilige stallen, versierd met apenfiguren en tenslotte het graf van de grote Shogun Tokugawa Ieyasu. Helaas is het weer somber en grijs, het regent, zodat we besluiten  niet verder in Nikko rond te kijken (jammer, er is nog veel meer te zien), maar terug te gaan naar Tokyo. Daar aangekomen eten we ergens boven in een gebouw, waar zich een restaurant blijkt te bevinden en waar we zelf nooit binnengegaan zouden zijn, alleen al omdat we al die, vast uitnodigende, teksten op straat niet kunnen lezen. Toch makkelijk als je zoon Japans spreekt en leest. Midden in de tafel, waaraan we plaats nemen, zit een verdieping met een gloeiende plaat. Een van de japan33bedienende heren komt met verschillende schaaltjes met inhoud, groenten, kruiden, inktvis, garnalen etc. en begint in die kuil te bakken. Over het baksel gaat de bouillon van de groenten en de vis en de bouillon verdampt. Er blijft een heerlijk mengsel over dat je met een soort spatel uit de bak eet. Het gerecht heet Monjayaki. Vervolgens krijgen we Okonomyaki. Weer een wonderbaksel, maar dit ziet er ook nog eens heel mooi uit: onderop een gebakken ei, daaroverheen  groente, vis en kruiden, afgedekt met een soort pannenkoek die besmeerd wordt met een soort Teriyaki-pasta en………… mayonaise. Klinkt natuurlijk nergens naar, maar het smaakt uitstekend. Dit wordt door Wouter klaargemaakt.

Ze hebben trouwens best handige systeempjes: de volgende dag lunchen we in een eethuisje, waar we onze tolk niet bij ons hebben en natuurlijk geen kaart kunnen lezen. Maar er zijn dus automaten met afbeeldingen (zoals hier in Nederland natuurlijk de frisdrank-automaten, die je daar overigens om de 200 meter op straat tegenkomt), die je aanklikt en gelijk betaalt, je levert je kaartje in en je krijgt je gerecht, waarvoor je dan de vorstelijke prijs van 540 Yen (= ruim € 5,00) betaalt. In een ander restaurant, waar we zijn, staat er een schermpje op tafel, waar je doorheen scrollt tot je de afbeelding van een aardig gerecht tegenkomt, je tikt daarop (het is een touch screen) en 10 minuten later staat je eten op tafel. Handig, handig.

Even iets over de cultuur hier. Wat het eerst opvalt is dat het hier zo schoon is, zowel op straat als in het hotel.  De  mensen gedragen zich zeer gedisciplineerd. Rust, in de metro, op het station, enzovoorts. Men spreekt trouwens nauwelijks met elkaar. Volgens Wouter vindt alle contact plaats in eigen kring, dus familie, vrienden of collega´s. De wereld daarbuiten doet niet echt mee. Verder zijn de mensen waar je mee te maken hebt, dus in winkels en zo, heel erg beleefd, voor ons gevoel soms zelfs onderdanig. Is wel even wennen. Overigens denken wij dat het geen onderdanigheid is, maar plichtsbetrachting: het hoort bij hun werk en de klant is absoluut koning. Het winkelpersoneel buigt letterlijk als een knipmes. Als mensen elkaar (zakelijk) ontmoeten, is de eerste handeling het uitwisselen van visitekaartjes; daarop staat nl. je functie, en dus weten partijen wie hoger is dan de ander, en hoe diep er moet worden gebogen: uiteraard buigt de "lagere" en knikt de "hogere". Soms doen ze ook dingen, waarvan wij zouden opkijken: zoals die man die uitgebreid kwam kijken om te zien wat Miriam at. En dat slurpen van de soep! Maar goed, wij snuiten onze neus in het openbaar en dat is hier absolutely not done! Onder het Japanse kopje staat: Doe dit svp thuis! 

Volgens de Capitoolgids is Ameyoko de grootste Aziatische markt. Uiteraard kunnen we dat niet controleren, maar groot was het wel, en zeer divers: Verse vis in vele soorten, groente en fruit, maar ook veel kleding, parfums, noem maar op.  Miriam kan haar hart ophalen. Wouter voegt zich in Ameyoko voor de lunch bij ons. Vervolgens gaan we naar het Ueno Park om de beloofde bloesembomen nu eindelijk te aanschouwen. Er zijn er wel een paar, maar nog niet echt heel veel. Men verzekert ons dat ze volgende week volop in bloei zullen staan. Overigens, waar een boom bloeit, staan ook meteen mensen te fotograferen.

japan48In het park ligt ook Tokyo National Museum, waar een prachtige antieke keramiekcollectie te zien is. Miriam wil daar graag heen en dus……  Er staat en ligt daar  keramiek van 10.000 v. Chr. tot aan de 19e eeuw. Het verbaast altijd weer wat men in die tijd al kon maken. Prachtige dier- en mensfiguren, urnen en schalen. De rest van het museum, want er is nog veel meer te zien, laten we toch maar voor wat het is. We zijn bekaf.De maaltijd vanavond heeft een bijzonder cachet. Wij, of eigenlijk vooral Wouter, raken in gesprek met een Japans echtpaar. Nu heeft Wouter ons net zitten vertellen dat Japanners niet vaak met vreemden praten, dus het is wel heel bijzonder en bovendien leuk. Zij en Wouter spreken, als het mondeling niet lukt (tenslotte is Wouter doof),  ook via bierviltjes. Ze raden ons aan om vooral naar een Japans badhuis te gaan. Dit moet inderdaad een aparte ervaring zijn, maar het is er toch niet van gekomen.

japan238Vandaag (het is inmiddels 25 maart) staat Asakusa op het programma, maar belangrijker lijkt dat we Midori, Wouters vriendin, zullen ontmoeten; we hebben bij de ingang van Asakusa met hen afgesproken. We zijn nu al zo gewend hier dat we ook zonder Wouter Tokyo met de metro kunnen verkennen. De systematiek moet je even doorhebben, maar dan blijkt het allemaal heel goed geregeld te zijn, tot en met de beslissing waar je  moet gaan zitten om bij je station van aankomst zo dicht mogelijk bij de uitgang terecht te komen.

Het hart van Asakusa is Senso-ji, ook Asakusa Kannon genoemd. Toegang tot dit tempelcomplex vormt de Kaminarimonpoort, die geflankeerd wordt door twee enorme beelden, een van de dondergod en een van de god van de wind, Fujin en Rajin. Deze poort vormt alweer een dankbare achtergrond voor alle Japanners die op de foto willen. En dat zijn er daar heel veel. Van de poort naar de tempels loopt een lange weg, Nakamise-dori, waaraan talloze kraampjes staan; daarin worden allerlei soorten zoetigheid verkocht, dit is al van oudsher zo. En natuurlijk zijn er kraampjes met souvenirs. In de hoofdtempel is een schrijn met een gouden beeldje van Kannon, de boeddhistische godin van de genade.  Verder is er onder andere een kleinere tempel met een god die de vrouwen beschermt, en er staat een Pagode van vijf verdiepingen.

We lunchen met ons vieren in de wijk achter de Senso-ji. Op de terugweg wil Midori ons trakteren op zoete sake, wat we natuurlijk niet afslaan. We gaan een klein tentje binnen, waar we eerst een bekertje thee krijgen, dat is hier gebruikelijk. Er staat een blik met koekjes waaruit Midori ons presenteert en daarna komt er een blad met vier grote bekers heel zoete rijstwijn, waar ook echt stukjes rijst in zitten.

Miriam wil eigenlijk wel graag wat schaaltjes, bordjes en eetstokjes kopen. Wouter en Midori nemen ons mee naar Ginza, naar het beroemde warenhuis Mitsukoshi.  De Bijenkorf is er echt niets bij, maar de prijzen zijn er ook naar, reden voor Miriam om haar wensen nog maar even op te schorten. Tenslotte zijn we hier nog niet weg.

japan73Een merkwaardige gewaarwording onderga je als je voor het Centraal Station van Tokyo staat. Het station werd ontworpen door de architect Tatsuno Kingo die zich schijnt te hebben gebaseerd op het Centraal Station Amsterdam. Dat lijkt ons tenminste niet onwaarschijnlijk. Daar bekijken we ook Tokyo International Forum: een schitterend modern conferentie- en expositiecentrum. Je voelt je er heel klein. Om dat gevoel weer te geven maakt Miriam een foto van een klein meisje voor een gigantische muur.

De volgende dag blijkt dat Miriam die nacht niet zo goed heeft geslapen; dat heeft haar creativiteit aangewakkerd en heeft geresulteerd in een (dubbele) haiku, geïnspireerd door de salary men die we elke dag in hun zwarte pak met wit overhemd en zwarte stropdas en hun tas door de stad zien rennen:

Ontwakend Japan     
Miljoenen zwarte mannen
Gaan jachtig op pad

Voorbij is de dag
Dezelfde zwarte mannen
Stappen in de stad

We bezoeken de gigantische vismarkt Tsukiji. Die blijkt wel anders dan wij verwachtten, maar niet minder interessant. Het is een markt voor handelaren. De - naar schatting - 14.000 restaurants en andere eethuisjes van Tokyo komen hier elke dag hun inkopen doen. We hebben dan ook constant het gevoel dat we mensen voor de voeten lopen. Mannen sjouwen met dozen en kratten, er rijden kleine vorkheftruckjes en  anderssoortige, nooit eerder geziene voertuigjes met een noodgang rond en  er vinden zelfs veilingen plaats. We kijken onze ogen uit, nog nooit zoveel vis- en schelpdiersoorten bij elkaar gezien.

Omdat we te weinig boeken meegenomen hebben, gaan we naar Jinbocho, de wijk van de boekwinkels. We vinden er gelukkig een die Engelse boeken  verkoopt, want met Japanse kunnen we niet zo veel.  Na het eten gisteravond de koffers gereorganiseerd, de grote apart gezet, die blijft in het hotel achter. De andere twee staan klaar voor morgen, het vertrek naar Kyoto.

Kleine rondreis

De Shinkansen Hikari, een snelle trein die zo’n 270 km per uur maximaal rijdt, staat klaar. We vertrekken stipt om 9.03 uur en zijn even stipt op tijd, 11.45 uur, in Kyoto. Onze Ryokan ligt gelukkig dicht bij het station, we zijn er in tien minuten, waarvan de meeste tijd opgaat aan het doorkruisen van het stationsgebouw. Dat is immens groot en prachtig gebouwd. Dat zien we pas goed wanneer we weer teruggaan om daar te lunchen.  Er loopt een serie roltrappen achter elkaar - dus in dezelfde richting omhoog, hetgeen een imponerend effect bewerkstelligt - naar de 12e verdieping.

Wat hadden we overigens een luxe hotel in Tokyo! Dat realiseren we ons nu pas. We zitten in Ryokan Seiki in Kyoto. Niets mis mee, maar zeer minimalistisch. Een kamer van zes tatami-matten groot (à 180x90 cm), wat neerkomt op, om precies te zijn, 9,72 m². Op de grond liggen twee opgerolde futonbedden, er staat een klein, laag tafeltje en er ligt een matje op de grond. Maar we zijn niet helemaal verstoken van luxe. We hebben een klein koelkastje, een tv, een telefoon, twee kopjes, een theezet-apparaat en natuurlijk gratis internet, maar dat is normaal in Japan. En als klap op de vuurpijl hebben we ook nog een badkamer van, naar schatting, 100x150 cm met een douche, een toilet en een bad! Verder hebben we een bijzonder aardige gastvrouw en –heer met een heel klein hondje.

Na de lunch nemen we de bus naar de Kinkaku-ji, de Gouden Tempel.
Het bezoek aan de tempel en de omliggende tuin is een bijzondere belevenis en niet alleen omdat het er zo mooi is. Natuurlijk weten we dat Japanners trots zijn op hun culturele erfgoed, maar dat ze dat met zijn allen vanmiddag wilden gaan bekijken en dan ook nog allemaal met de tempel op de achtergrond op de foto zouden willen, dat hadden we niet verwacht. Sterker nog, nadat Hans op verzoek een 5-tal mevrouwen ieder met haar eigen camera heeft gefotografeerd, willen ze met z’n vijven tegelijk met Miriam op de foto.

Na de Gouden Tempel rijden we naar Gion, de beroemde oude Geisha-wijk van Kyoto en overdag een drukke winkelbuurt; je ziet er betrekkelijk veel (jonge) vrouwen in die prachtige kleding lopen. We drinken wat in het café van een restaurant, waar we worden bediend door een - uiteraard Japans - meisje dat niet alleen Engels, maar ook nog prima Duits spreekt. Ze blijkt een jaar in Neurenberg gestudeerd te hebben.  Nadat we (eindelijk) een zeer authentiek en autochtoon tentje hebben gevonden, eten we voor het eerst zittend op de grond en dat gaat best! Wouter reist vandaag terug naar Tokyo, want die moet morgen weer werken.

De volgende dag een ontbijtloze ochtend. Voor Hans niet erg, die heeft helemaal geen zin in eten. Hij voelt zich na twaalf uren slaap nog niet goed.  We pakken in en kopen op het station een paar dunne sandwiches, waarvan we de helft opeten in de trein. We vinden gemakkelijk onze weg op Kyoto Station en vertrekken tegen 8 uur naar Nagoya. Om half twaalf of zo  staan we bij ons hotel, na een wel wat te lange wandeling.  We checken in, geven de koffers af, gaan nu met de metro terug naar het station en stappen op de trein naar Inuyama. Overigens, deze trein blijkt niet te vallen onder onze Rail Pass. We betalen voor ons samen ¥1080, ook om overheen te komen, dat is €8,64.


Op het station van Inuyama zijn geen bussen. We  permitteren  ons dus maar een taxi, ook maar ¥680. Dat is het bedrag dat ze voor de eerste 2 km in rekening brengen. Daarna betaal je ca ¥240 per kilometer.  We bekijken het kasteel van de shogun, dat hoog boven de rivier de Kiso uittorent. Er hoort ook een museum  bij. Dat heb ik alleen bekeken, Hans bestudeert op dat moment op een bankje de binnenkant van zijn oogleden. Dat mag als je ziek bent. In het museum worden de wagens getoond die in het eerste weekend van april door het stadje trekken, met elk 365 lampionnen. Verder zitten er een soort marionetten op, die in Inuyama  gemaakt worden. Er is een filmpje over, maar helaas wordt er geen Engelse tekst geleverd, ook niet op papier.


Om een uur of half vijf zijn we terug  in Nagoya op onze wel zeer luxe kamer, zeker na de "ontberingen" van de afgelopen dagen is dit puur verwennerij. We hebben weer internet op de kamer. En een echt bureau en thee en zakdoekjes!
Gelukkig knapt Hans weer aardig op. Miriam is wat afgeknapt, niet ziek maar gewoon bekaf. De maaltijd slaan we vanavond over. We hebben geen puf meer om eruit te gaan.  Vroeg naar bed en dan morgen gezond weer op.

Na een goede nachtrust zijn we er vandaag, 31 maart, weer helemaal bij. We hebben maar eens ontbeten in “western style”, met corn flakes,  broodjes en koffie. Niks rijst of soep dit keer, was ook wel weer eens lekker.
Op het station reserveren we plaatsen, kost niets als je een JR Rail Pass hebt.



Ons doel is Matsumoto. De trein rijdt door de Kiso-vallei, genoemd naar de rivier die er doorheen stroomt. Het gebied is eerst heuvelachtig, maar al gauw verschijnen er toppen met sneeuw. Het is niet helemaal helder, maar toch is het mooi. We hebben een tussenstop gepland in Kiso-Fukushima. Dat was een gok, want de Capitoolgids is erg onduidelijk over dit gebied. Ze geven de reis wel als een aanrader, maar over de plaatsen  die je passeert, zeggen ze niet zo veel of ze nemen ze niet eens op. Een regelrechte misser en dat is de stop in Kiso-Fukushima eigenlijk ook. Er is niets te beleven. We reserveren dus maar gauw voor Matsumoto.

De middag in Matsumoto maakt dit tot een hele leuke dag. Allereerst blijkt de ryokan aanmerkelijk beter dan die in Kyoto, ook al ligt hij vrij ver van het centrum, maar daarvoor presenteert zich een oplossing (zie wat verder). We worden allervriendelijkst ontvangen. De kamer is ongeveer 12 tatami’s  groot. Er liggen twee (weliswaar dunne) matrassen op de vloer en niet één zoals in Kyoto. De stoelen hebben geen pootjes, maar dat is Japans. Verder is het keurig.  En... ze hebben fietsen!
We rijden met de fiets - en dat is heel apart, door een Japanse stad te fietsen! - naar het kasteel van Matsumoto, een indrukwekkend en prachtig gebouw, midden in de stad in een stijlvol park gelegen. Wikipedia vertelt er via de link naar Matsumoto hierboven meer over.

En zo kom je zomaar midden in de stad, tussen hoge flats of kantoorgebouwen, een tempeltje tegen.

Dit is de Yohashira Shrine.


Vóór het eten maken we allebei gebruik van het Japanse bad. Je gaat je dan eerst uitgebreid wassen en afdouchen en vervolgens stap je in een loeiheet doorstromend bad. Je knapt er echt van op! Miriam is alleen, in het vrouwenbad, Hans heeft in zijn bad gezelschap van een Japanse vader (die geen woord over de grens spreekt) en zijn zoon van een jaar of 20 (die zeker wel 10 woorden Engels kent); toch voeren we een informatief gesprek.

We gebruiken de maaltijd in de ryokan en die is heerlijk. We krijgen onder andere een schaaltje, waarop een treefje ligt met rauw vlees en even zo rauwe groente. Daar gaat eerst een dekseltje op. Onderin het schaaltje ligt een papieren zakje met iets erin, daarop giet de gastvrouw wat kokend water en vervolgens begint het enorm te stomen. In vijf minuten is alles gaar. We krijgen er een sausje bij van soja en citroen. Verder zijn er allerlei schaaltjes met lekkere hapjes, vergezeld van kleefrijst en natuurlijk misosoep en sla. Kortom, Matsumoto bevalt goed.

1 april begint voortreffelijk! We krijgen een geweldig ontbijt voorgeschoteld van onze gastvrouw. Vervolgens brengt de heer des huizes ons naar het station, samen met een Spaanse architecte uit Barcelona, die in Londen woont en een jaar in Delft heeft gestudeerd. Op het station aangekomen maakt de gastheer nog even een foto van ons drieën, zeker voor hun plakboek of zo.
We nemen de trein naar Kōfu. De bedoeling is om te kijken of Mount Fuji (Fujisan) vanuit die stad zichtbaar is. Dat blijkt niet het geval, maar we hebben wel ruim twee uur stuk te slaan voor we verder kunnen. We wandelen dus wat door Kōfu, dat niet erg veel boeiends heeft, wel een gigantisch beeld van een samoerai, die bijna niet te fotograferen is zonder een klein Japannertje ervoor dat graag met hem op de foto wil.  De kop van het beeld heeft Hans voor de zekerheid ook nog maar even van een poster gefotografeerd.


We  lunchen in een Italiaans eethuisje, waar verder alleen salary men (and women) zitten die lunchpauze hebben.


We vervolgen onze reis naar Yokohama zonder een blik te kunnen werpen op Fujisan, gezien het slechte weer. De hierbij gaande foto komt ook van een poster.

De Shinkansen stopt in Yokohama alleen bij het station Shin-Yokohama, hetgeen “Nieuw Yokohama” betekent. Dit is geen probleem, we kunnen met één metrolijn naar het station dat dicht in de buurt van het hotel ligt. Althans, dat willen ze je op de website van het hotel doen geloven. Inmiddels hebben we ontdekt dat dat niet altijd klopt. Het is weer verder lopen dan gedacht. Overigens ligt het hotel wel aan een leuke straat, waar geen verkeer komt. De kamer is mooi en wel voorzien. Het personeel spreekt echter weinig of geen Engels en ontbijt verzorgen ze niet.  Maar ontbijten doen we wel ergens in de buurt.

Culinair gezien is 2 april toch wel een speciaal dagje. Het begint al bij het ontbijt. Aangezien het hotel niet serveert, zijn we aangewezen op de omgeving. Onderweg naar de metro komen we een aantrekkelijk uitziende koffiebar tegen. De koffie is het vermelden waard. Ze noemen dat hier “blended coffee”. Het is een soort perculatorkoffie, maar dan met glazen kannetjes. Sterk en lekker.


Yokohama lijkt niet erg aantrekkelijk om de dag door te brengen. De stad is in 1923 voor 95% vernietigd dor een aardbeving en in de 2e wereldoorlog alweer voor de helft. Het is dus een heel moderne stad met veel hoge flats en zeer zakelijk.


Kamakura, een wat kleiner en ouder  stadje, ten zuiden van Yokohama trekt meer, mede door de aanbevelingen van de Capitoolgids: Veel tempels en tuinen.
Binnen een half uur zijn we in Kita-Kamakura, het noordelijk stadsdeel, waar een enorm tempelcomplex - Engaku-ji - ligt te midden van een schitterend park. Voeg daarbij het stralend mooie weer en de bloesembomen  die inmiddels  in volle bloei staan en het beeld van Japan op z’n best is compleet. Er gaat zo veel rust uit van een dergelijk park, zelfs als er veel mensen zijn. 
Na onze lunch lopen we naar een ander park, waar zich een enorm Boeddha-beeld  bevindt.  Het beeld is erg oud en heeft in de loop van zijn bestaan nogal wat meegemaakt. We hebben er een hele tijd zoek gebracht, Miriam is er zelfs in geweest en we maken er uiteraard weer de nodige fotos.

Terug naar de culinaire kant van vandaag. Lukte het gisteravond niet om een glaasje whisky te drinken, vanavond hebben we meer geluk. In de lounge van een nogal duur uitziend hotel worden we in staat gesteld om – voor de 2e maal tijdens ons verblijf in Japan – onze glazen van dat kostbare Schotse vocht te drinken. Nadat we vervolgens onze boodschappen in het hotel hebben afgeleverd, gaan we op zoek naar een eetgelegenheid. En dat wordt een bijzondere ervaring. We vinden een Chinees (!) restaurant ergens een-hoog (de 2e verdieping is dat hier) in onze "eigen" straat. De kaart is er alleen in het Japans. Het wordt dus op plaatjes afgaan en gokken. De gebakken lever blijkt te zijn wat we verwachten na het zien van het plaatje, alleen nog veel lekkerder, de sla is heel scherp, maar ook heel lekker en de andere schotel, die op het plaatje op een omelet had geleken, bevat naast ei een dermate grijze, vage drab, doorregen met zwart uitziende dingen, dat we die maar  voor het overgrote deel laten staan. Naast ons zitten drie mannen van variabele leeftijd en een jonge vrouw;  zij vertelt dat zij uit Hongkong afkomstig zijn. De mannen komen overigens zelden aan het woord, want die vrouw ratelt aan één stuk door in een taal, die in elk geval geen Japans is – zover zijn we al – en waarvan we dus maar aannemen dat het Chinees is.
Terwijl Hans staat af te rekenen, ontdekt Miriam een terrarium met hele dikke padden en een emmer met daarin een schildpad... Wij vragen ons nu eens te meer af: WAT WAS DIE GRIJZE DRAB DAN???

Opnieuw Tokyo

We verlaten Yokohama en gaan terug naar Tokio. Teruggekomen in ons hotel is het een klein beetje of we thuis komen, en dat is wel een vreemde ervaring. De receptie herkent ons en overhandigt de sleutel van onze kamer zonder dat we echt vertellen wie we zijn. Na ons weer geinstalleerd te hebben mislukt een poging om naar Narito, niet het vliegveld, maar de stad te gaan, omdat we er veel te laat zouden arriveren om er nog iets zinnigs te doen. Daarom gaan we maar wat winkelen in Tokyo en drinken we een kopje koffie bij Daimaru, het chique warenhuis, waar we al eerder geweest zijn. Op onze hotelkamer staat inmiddels de grote koffer klaar om meegenomen te worden naar huis. Volgepakt met pakjes en ander ongeregeld goed.

Vandaag, 4 april, gaan we op pad met Midori en Ruka. Wouter heeft met Midori afgesproken bij de Yurikamome Lijn, de monorail van Tokyo. Midori hadden we vorige week al ontmoet, Ruka nog niet. Hij  is in het begin wat verlegen, maar dat is eigenlijk al vrij snel over. Het is een lief mannetje, hij lacht veel, gebruikt uiteraard gebarentaal (zijn moeder is ook doof) en communiceert zo met Wouter en zijn moeder.  Zelf is hij horend  en tijdens de lunch leert Hans hem wat Nederlandse woordjes. Hij vindt dat erg leuk  en neemt ze snel over. Sommige letters zijn moeilijk, zoals de R en de combinaties daarmee (vooral als een Limburger je de Limburgse R probeert bij te brengen.)



We vertrekken per waterbus naar Odaiba, ook wel Daiba genoemd, een kunstmatig eiland voor de kust van Tokyo, dat vroeger diende om de stad te beschermen tegen vijanden die van zee kwamen. Helaas is het niet zo zonnig vanmorgen en daardoor is het ook nog wat fris op de boot.  Na de oversteek wandelen we door het havengebied en Japan zou Japan niet zijn, als er geen park was. Ook in het havengebied is groen te vinden. We komen terecht in een immense showroom van Toyota. Ruka kan in een racewagentje gaan zitten en spelletjes doen en wij vergapen ons aan mooie auto’s.  Er blijkt ook nog een enorm winkelcentrum te zijn.  En niet zo maar een winkelcentrum, heel chic en in een van de gangen hebben ze een “hemels” plafond aangebracht en het lijkt echt of je buiten loopt. We lunchen daar en als we weer buiten komen, blijkt daar een zonnetje doorgebroken te zijn. We wandelen heerlijk door een park en zien achtereenvolgens: de Tokyo Tower - imitatie van de Eiffeltoren -, de  Rainbow Bridge - een witte kopie van de Golden Gate Bridge in San Francisco -, een wat kleiner uitgevallen kopie van het Vrijheidsbeeld uit New York en tenslotte een gigantisch hoge toren, het hoogste uitkijkpunt van de stad.

De oversteek naar het vasteland maken we met een andere boot. In de wijk Tsukushima weet Midori een eethuisje, waar we zonder haar nooit terecht gekomen zouden zijn. Er staat een groot bord op de stoep, maar een ingang naar een eethuisje is er niet. Wouter stelt voor om maar eens de trap op te gaan van een onooglijk flatgebouw en inderdaad, op de tweede etage vinden we weer zo’n eethuisje waar je in de tafels een bakplaat aantreft en waar je zelf je eten bakt. Men brengt ons weer de ingredienten en Midori is onze kok. De dag eindigt met het afscheid van Midori en Ruka, waarbij Midori vertelt dat ze wel naar Nederland zou willen komen en wij haar verzekeren dat zij en Ruka uiteraard heel welkom zijn. 
(Inmiddels echter - het is nu even 20 december 2011 - is de relatie van Wouter met Midori beëindigd, Midori is getrouwd en woont met man en Ruka in Parijs, of all places! We komen elkaar zo nu en dan tegen op Facebook.)

De laatste dag brengen we grotendeels door in het Yoyogi-park, dat door jonge Japanners en door Gaijin (buitenlanders) druk bezocht wordt. Hier komen jongeren bij elkaar die zich op de meest bijzondere manier uitdossen, van punk tot rock en wat niet meer. Soms zijn het net aangeklede, liefst roze poppen. Ze laten zich geduldig en goedgemutst door het publiek fotograferen. In het park zelf is een rockmuseum en waarschijnlijk is dat er de reden van dat er op diverse plaatsen mannen met enorme vetkuiven en vrouwen met petticoats aan het rock and rollen zijn op (min of meer) bijpassende muziek. Het is er zo onvoorstelbaar druk, dat we als voetgangers in een vastlopende file terechtkomen. We nemen een taxi naar het volgende metrostation en stappen daar op. Dat blijkt een goede keus, de treinen bij Harakuju zijn bomvol, de metro bij Yoyogi is bijna leeg.

De koffers zijn zo ongeveer gepakt, om kwart over zes komt Wouter ons halen voor ons galgenmaal in Tokyo (als je tenminste het ontbijt niet meerekent) . Het zal dan toch nog gebeuren: we gaan Sushi eten, want dat is er nog steeds niet van gekomen. En Wouter zegt dat de Sushi in Nederland echt niet lijkt op die van hier; het is  inderdaad minstens discutabel of je ze in Nederland zo vers krijgt.


We hebben weer digitaal ingecheckt, we hebben goede plaatsen, wederom voor de vleugel. Morgen om kwart over acht verlaten we het hotel; als alles goed gaat, vertrekt het vliegtuig om 11:30 uur (= 04:30 uur 's ochtends in Nederland), dus plm. half vier zijn we weer op Schiphol. We vliegen met de zon mee, dus op dezelfde dag - 6 april - dat we Japan verlaten, rijden we 's middags van Schiphol naar huis in Leeuwarden!

Het is weer voorbij, we zijn weer thuis. Het waren twee nogal slopende weken, maar ze waren zeer de moeite waard. We hebben veel gezien, gesnoven aan een andere cultuur en vooral, we hebben gezien dat Wouter het er goed heeft.