Main Menu

Aktualiteit

Verkeersslachtoffers

  Onwil om die verkeersdoden tegen te gaan

In de NRC van vandaag, 20 maart 2012, staat een ingezonden stuk van Karel Dubbink onder bovenstaande titel. De heer Dubbink is de vader van een in maart 2002 door een dronken rijder doodgereden zoon; bij hetzelfde misdrijf werd de vriendin van zijn zoon gedood.

Het stuk is één grote en terechte aanklacht tegen onze overheid, die blijkt geeft van bovenvermelde onwil.

Naast vele voorbeelden van die onwil vond ik het meest schokkend het volgende deel:

In 2009 komt een achttienjarige motorrijder om het leven doordat een automobilist bij een stopbord niet stopt, maar gewoon doorrijdt. De zaak wordt geseponeerd, want, zo krijgen de nabestaanden te horen van de advocaat-generaal, "we moeten begrijpen dat een stopbord toch nauwelijks nog een functie heeft, en dat we mensen die er niet voor stoppen, dat toch amper kwalijk kunnen nemen" - ook als er iemand dood op straat ligt, kennelijk.

Dit is voor mij iets onbegrijpelijks, en dat zal het altijd blijven. Is die advocaat-generaal nog altijd in functie, of is hij overladen met pek en veren ontslagen? Ik hoop dat, maar ik vrees dat dat een ijdele hoop is.

Ook die vermaledijde 130 km/u (let wel, ik ben automobilist!) is een symptoom van die eerdervermelde onwil. En dan durft die minister die hierover gaat ook nog te zeggen: "Er is gevraagd hoeveel extra doden ik op mijn geweten zou willen hebben. Die suggestie werp ik verre van mij." Zij kan die suggestie nog zo verre van zich werpen, ontkennen kan ze haar niet, want daar heeft ze geen enkel argument voor. Het enige wat voor haar kennelijk telt, is "het gevoelen van de automobilist" (beslist niet mijn gevoelen), de stemmen die het haar partij oplevert en natuurlijk de extra-inkomsten voor de staat als gevolg van het gestegen brandstofverbruik.