Main Menu

Aktualiteit

Nogmaals: kritiek op Israël

  Japan ligt achter ons en dus wordt het tijd weer eens iets aan de andere actualiteit te doen. Tijdens onze afwezigheid blijkt Herman van Praag, psychiater en emeritus hoogleraar, zo te zien gevierd (in zijn vak wel te verstaan!), een artikel in dagblad Trouw te hebben gepubliceerd, dat ik inmiddels geheel heb gelezen, inclusief de tot dusverre 82 reacties daarop. 

Van Praag maakt zich in mijn opvatting schuldig aan iets, wat ik al eerder heb veroordeeld (zie de laatste zin hier), nl. het definiëren van kritiek op de staat Israël als antisemitisme - door hem om semantische redenen herdoopt tot Jodenhaat, zodat hij in het vervolg van het artikel consequent de term “haat” kan gebruiken, want dat doet het altijd beter.

Afgezien van de geschiedenis die hij inleidend schetst, waarmee ik het in grote lijnen wel eens kan zijn, vliegt hij verderop in het artikel glorieus uit de bocht. Hij beargumenteert de gelijkstelling van kritiek op Israël met antisemitisme met de volgende wat warrige redenering:

“In mijn optiek betreft Zion’s haat niet zozeer de abstracte staat, maar de inwoners van die staat: zijn substantie. Die inwoners identificeren zich als Joden. Jodenhaat is de grondhouding die de misvormende processen in gang zet. Niet Israël wordt gehaat, de Jodenstaat wordt gehaat. Jodenhaat en Zion’s haat zijn te onderscheiden, niet te scheiden. Er is in deze sprake van wederkerigheid. Intuïtieve Jodenhaat drukt zich uit in Zion’s haat. Het omgekeerde geldt ook. Zion’s haat induceert Jodenhaat.”

Kritiek op de staat Israël is dus “Zion’s haat” en dat betreft niet de “abstracte staat”(?), maar zijn inwoners. Dat is een bewering, die ik niet voor mijn rekening zou willen nemen.

Inmiddels heb ik 2 contra-artikelen in Trouw gevonden, te weten van de hand van Mw. Ank Muller, theologe, en van Mw. Tineke Bennema, historica. Zij beargumenteren, wat ik in de verwijzing hierboven al heb gezegd (ik had bijna gezegd “betoogd”, maar ik heb daar niks betoogd, alleen maar iets gesteld).

Overigens, het lezen van die reacties, zowel de 82 op Van Praag als de 55 op Muller, zou een amusante aangelegenheid zijn als het niet zo diep- en diep droevig was, zowel die van de hand van de voor- als van de tegenstanders (op enige uitzonderingen na); het huilen staat  je soms nader dan het lachen. Reden waarom ik me bij die mogelijkheden van reactie vrijwel nooit vertoon, zeker niet als het serieuze onderwerpen betreft.