Het navolgende verslag is geschreven door Miriam op verzoek van het camper tijdschrift Carvoyage, en daarin ook gepubliceerd. Het gaat niet over een in de tijd bepaalde vakantie in Denemarken, maar geeft haar algemene indrukken weer over - in dit geval - enkele plaatsen in Jutland, of Jylland, zoals het in Denemarken heet.
Jutland
De neiging bestaat om direct door te rijden naar de boot die naar Noorwegen gaat, maar dan doen we Denemarken tekort en zeker Jutla
nd. Want het is verrassend om te ervaren dat er nog zo veel rust te vindenis op zo’n korte afstand van Nederland. Er is zo veel natuurschoon, er zijn zulke mooie stadjes en dorpjes die klaarliggen om bezocht te worden. We zijn de grens nog maar net gepasseerd, als we in Tønder terechtkomen. Een oud stadje in een gebied, dat tot in de vorige eeuw bij Sleeswijk gehoord heeft. Dat betekent niet, dat het tot Duitsland behoorde, de koning van Denemarken was tevens graaf van Sleeswijk. Vanaf 1920 is het definitief Deens grondgebied geworden.
Tønder ziet er uit of het net gewassen is, mooie, vaak in wit of pasteltinten gepleisterde huisjes en huizen, met veel kleine raampjes. Het centrum is goed bewaard gebleven. De wandelstraten worden omzoomd door huizen, waarvan alleen al de voordeuren stuk voor stuk plaatjes opleveren. Verder in de hoofdstraat een streekmuseum, het Drohses Hus, dat het bekijken waard is en in het hart van Tønder een paar heel gezellige terrasjes.
De grootste trekpleister in het centrum vormt echter Det Gamle Apotek (gamle = oud). Hij telt drie verdiepingen, inclusief de
zolder. Volgepropt met de meest uiteenlopende zaken. Van speelgoed van blik tot sieraden, van kinderkleding tot kaarsen en lampen. En dan is er ook nog de kelder, zomer en winter vol met kerstartikelen. Kortom, als ik er een keer binnen ben, kom ik er niet meer weg.
Met de fiets is het vier kilometer naar Møgeltønder, een verstild dorp, met als kern een laan waa
raan prachtige oude huizen staan. Daar staat ook het slot van prins Joachim van Denemarken, omgeven door een interessante tuin die geopend is voor bezoekers.
Ribe is ook zeker het bezoeken waard. Het is wat groter en ook wat meer toeristisch. Aan de haven is een Frokostschotel (lunch) van harte aanbevolen en ga daarna even aan de overkant de rommelmarkt op!
De toren van de kerk is te beklimmen en biedt een geweldig uitzicht op de omgeving. De deur van de kerk verdient extra aandacht, hij heeft een heel bijzondere knop in de vorm van een liggende vrouwenfiguur in de stijl van Art Nouveau. Ribe biedt een schat aan vakwerkhuizen. Het mooist misschien wel, is het restaurant Weis Stue op de markt (Torvet), een van de oudste herbergen van Jutland.
Het westelijk kust
gebied boven Ribe heeft een heel eigen karakter. Duinen vormen de scheiding tussen zee en Ringkøbing Fjord. Eigenlijk dus een lange strook duinen, met aan twee kanten water. Een paradijs voor watersporters en strandgasten. Extra charme ontleent dit gebied aan het feit dat het absoluut niet commercieel aandoet. Geen grote reclameborden (verboden in Denemarken), de natuur bepaalt het beeld, met hier en daar een camping, een dorp of zo maar een boerderij. Het doet wat denken aan onze Waddeneilanden, maar dan van dertig jaar geleden.
We blijven op Jutland, maar
steken over naar de oostkant, want daar liggen ook nog wat plaatsen die om aandacht vragen.
Zo is daar Hobro. Het stadje ligt aan het uiteinde van het Mariager Fjord. Even buiten Hobro is een klein, maar mooi openluchtmuseum, het is een Vikingdorp. In de zomermaanden wordt het leven van de oorspronkelijke bewoners uitgebeeld.
Even verderop een perfect rond terrein, met een wal eromheen. Daar hebben vroeger ook woningen gestaan. Staande op de wal, zie je de plattegrond van het dorp, gemarkeerd door witte steentjes.
En dan is er Kolding. Daar waar je Jutland verlaat om naar Fyn te gaan, ligt dit mooie plaatsje. In het centrum veel vakwerkhuizen en boven alles uit, torent het Koldinghuis. Vroeger werd het bezocht door de Deense koningen, nu is het een prachtig museum. Er is veel te zien, van middeleeuwse voorwerpen tot moderne kunst. De restauraties zijn hier en daar zichtbaar gemaakt voor de bezoeker.
Voor de natuurliefhebbers is de Geografyske Have een must! Deze enorme botanische tuin herbergt onder andere een rozentuin, een gigantische kas met schitterende tropische planten, rotspartijen en zeldzame boomsoorten.



En dat is dan alleen nog maar Zuid-Jutland! We hebben het nog niet eens gehad over Århus of Vejle.
.jpg)
De tweede stad van Denemarken is Århus. Het is vooral een “jonge” stad. Niet dat alles er nou nieuw is, gelukkig niet, oud en nieuw wisselen elkaar af. Maar Århus is jong wat de bewoners betreft. Het is een studentenstad en die studenten (ongeveer 40.000) geven het een jonge uitstraling. Veel terrasjes en eethuisjes en bij mooi weer groepen jongeren die aan het water zitten. Het VVV aan de Banegårdspladsen geeft een mooie plattegrond met een stadswandeling langs diverse bezienswaardigheden uit, het Aros Art museum bijvoorbeeld, de Gamle By, het oude stadsdeel, maar ook Kvindemuseet, een museum waar de geschiedenis van de vrouw verteld wordt, hoe ze leefde en werkte door de eeuwen heen.
Maar het meest verrassende is misschien wel de Vest Bazar. Al doet de naam anders vermoed
en, we hebben hier te maken met een grote oriëntaalse bazaar, waar de geuren en smaken je aan andere landen doen denken dan Denemarken. Er zijn bakkers, slagers, groente- en fruitstallen, maar ook kleding voor buikdanseressen, Turkse, Marokkaanse, Indiase producten, voor elck wat wils. Je waant je in een andere wereld. De klanten zijn al even exotisch als de producten. En vergeet niet er een maaltijd te nuttigen. Deense Frokost is heerlijk, maar voor de broodnodige variatie….
En dan is er nog Vejle. Gelegen aan de oostkant van Jutland, aan het gelijknamige fjord. Voor de bezoekers van Legoland, zo’n 25 km westelijk, een must. Een overzichtelijk stadje, streekcentrum van het omliggende gebied. Gezellig om te winkelen, maar ook uitzonderlijk goed om te eten. Nu eens niet in het centrum, maar in het havengebied. Daar zijn naast elkaar een paar visrestaurants, die je nooit meer vergeet, als je er eenmaal geweest bent. Uitkijkend over de baai, waar zeilboten in- en uitvaren, word je verwend met de lekkerste visschotels.
Denemarken saai? Zeker niet, wel rijk aan natuurschoon en er heerst nog rust, ook in het verkeer!
25-12-2011